Marokkaanse namenlijst moet niet geboycot worden op gemeentehuis
maart 22, 2009
Door op 07:57

Bron:NRC

   Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Het pleidooi van Mohammed Benzakour voor een verbod op de Marokkaanse namenlijst klinkt liberaal, maar is onrealistisch. Elke overheid bemoeit zich met de voornamen van haar onderdanen. Ook de Nederlandse.

Marokko kent een lijst met toegestane en verboden voornamen voor kinderen. Bepaalde voornamen, of deze nu on-islamitisch, on-Marokkaans, onethisch of onfatsoenlijk zijn, mogen in Marokko niet aan kinderen worden gegeven.

Ook Nederlandse ambtenaren gebruiken die lijst. Ze waarschuwen aan de hand daarvan de Marokkaanse ouder die bij de aangifte van een pasgeboren kind een ‘verboden voornaam’ voor het kind wil, dat die naam op het consulaat en in Marokko op problemen kan stuiten.

Mohammed Benzakour hekelde in de NRC Handelsblad van 15 februari deze ‘lijst van verboden voornamen’. Zijn standpunt lijkt te zijn dat de overheid – de Marokkaanse en de Nederlandse – zich nergens mee moet bemoeien. Ouders moeten vrij zijn in de keuze van de voornaam van hun kind. Dat klinkt heel liberaal, maar het is onrealistisch gezien het feit dat elke overheid zich bemoeit met voornamen. Een oproep dat Nederlandse ambtenaren de lijst links moeten laten liggen is daarnaast in strijd met het huidige recht dat voorschrijft dat ambtenaren soms Marokkaans recht moeten toepassen.

Even zoeken op internet laat zien dat elke overheid zich met de voornamen van haar onderdanen bemoeit. Engeland en Amerika zijn heel liberaal. ‘Satan’ en ‘Lucifer’ zijn in de meeste Amerikaanse staten mogelijk, maar je kind ‘Fuck’ noemen is in strijd met de zeden en mag dus niet. Nieuw Zeeland verbood in het verleden ‘4Real’, Zweden ooit ‘Staalman’, Portugal heeft een verboden lijst met daarop onder andere ‘Lolita’, ‘Maradona’ en ‘Mona Lisa’, in Duitsland mogen ‘Judas’, ‘Kain’ en ‘Adolf Hitler’ niet en was vroeger ook ‘Jesus’ verboden. In Spanje daarentegen is ‘Jesus’ een heel gebruikelijke naam. Het verbod op bepaalde namen heeft met de geschiedenis, de cultuur en de religie van een land te maken. Doorgaans beroept een land zich erop dat het gaat om de bescherming van het kind, dat met bepaalde namen gepest of buitengesloten zal worden.

Marokko is een islamitisch land of baseert in ieder geval zijn identiteit op de islam. Het Marokkaanse wetboek van familierecht is grotendeels gebaseerd op het islamitisch recht. Een naam moet in Marokko in overeenstemming zijn met de ‘Marokkaanse identiteit’. Vele Berberse maar ook Joodse en christelijke namen zijn mogelijk, behalve als deze niet in overeenstemming is met die Marokkaanse en Islamitische identiteit. ‘Moussa’ (‘Mozes’) mag dus wel, maar niet de naam van een Berberse leider die een heidense naam heeft of zich in een ver verleden heeft verzet tegen de Marokkaanse staat en tegen de Islam.

Benzakour spreekt van ‘geschiedvervalsing’ als Marokko pre-islamitische namen verbiedt. Je zou het ook als een erkenning van die geschiedenis kunnen zien – juist het taboe toont immers het verboden terrein. Maar volgens de logica van Benzakour doet ook Duitsland aan geschiedvervalsing – met een religieus tintje – door de naam ‘Kain’ te verbieden, om het over ‘Adolf Hitler’ maar niet te hebben. Overigens verbiedt de Nederlandse wet namen die ‘ongepast’ zijn of die overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen. Je kind ‘Amsterdam’ noemen, ‘Jansen’ of ‘Retemooi’ is hier niet mogelijk. Volgens Amerikaanse normen is dat een ernstige beknotting van onze vrijheid, zoals de vrijheid van Marokkaanse ouders volgens de maatstaf van onze normen wordt beperkt. Discussie over namen is interessant en misschien levert het ook iets op (culturen veranderen immers), maar wat vooral naar voren komt is de culturele en historische bepaaldheid van keuzes. Met die kennis in het achterhoofd is het niet vreemd dat Marokko zich bemoeit met naamgeving. Ook het kruid van de mensenrechten, die onder andere het familie- en gezinsleven beschermen, is daar niet tegen opgewassen. Diezelfde mensenrechten zeggen dat de overheid kan ingrijpen als ‘de goede zeden’ moeten worden bewaakt. En die ‘goede zeden’ verschillen per land.

Maar hoe zit het met ambtenaar van een gemeente in Nederland die tegen de Marokkaan die zijn kind komt aangeven zegt: “U weet dat die naam volgens het Marokkaanse recht niet toegestaan is?” Hier moeten we twee situaties onderscheiden. Ten eerste: Als de Marokkaanse aangever alleen de Marokkaanse nationaliteit heeft, dan moet – het Nederlandse recht schrijft dat voor – Marokkaans namenrecht toegepast worden. Een Nederlandse ambtenaar mag dus geen in Marokko verboden naam inschrijven. Ambtenaren zijn in die gevallen verplicht om de ‘verboden namen’ lijst te gebruiken. Ten tweede wijzen gemeenten en individuele ambtenaren erop dat zij de lijst als serviceverlening zien en hem gebruiken om Marokkaanse Nederlanders (met dubbele nationaliteit) op mogelijke problemen te wijzen als zij hun kind op het Marokkaanse consulaat aangeven. In geval van dubbele nationaliteit moet Nederlands namenrecht toegepast worden. Ambtenaren mogen in die gevallen geen namen weigeren, tenzij die naam in strijd is met het Nederlandse recht. Als Marokkaanse Nederlanders echt een bepaalde naam willen, moeten ze zich beroepen op het Nederlandse recht. Een goede ambtenaar moet zich er echter ook van overtuigen dat ouders weten wat de gevolgen zijn van de keuze voor een bepaalde naam. Het getuigt van kennis van de multiculturele samenleving als een ambtenaar een burger erop wijst dat een naam weliswaar in Nederland is toegestaan, maar dat in andere situaties (consulaat, Marokko) een naam problemen kan opleveren. De weldenkende burger mag vervolgens zelf kiezen.

Burgemeester Aboutaleb heeft gezegd dat hij de lijst met verboden namen zou verbranden als hij hem op het Rotterdamse stadhuis zou tegenkomen. Dat is onverstandig, want daarmee ontneemt hij zijn ambtenaren belangrijke kennis waar Marokkaans-Nederlandse kinderen en ouders de dupe van kunnen zijn. Het is bovendien in strijd met het Nederlandse recht, want zijn ambtenaren moeten soms Marokkaans namenrecht toepassen. Nederlandse ambtenaren moeten wel degelijk de namenlijst in hun bureaula hebben liggen, en wel tussen de verboden namenlijsten van Duitsland voor de Duitsers die in Nederland wonen, van Frankrijk, van Polen, enzovoort.

8 reacties op Marokkaanse namenlijst moet niet geboycot worden op gemeentehuis

  1. Mr. Fouad Abdi en dr. Wibo van Rossum (Van Rossum is universitair docent rechtssociologie aan de Universiteit Utrecht):

    “Mohammed Benzakour’ Zijn standpunt lijkt te zijn dat de overheid – de Marokkaanse en de Nederlandse – zich nergens mee moet bemoeien.”

    Zo wordt de minder argwanende lezer door de kwaliteitsmedia een oor aangenaaid.

    Niet alleen, zoals valselijk wordt gesuggereerd, ‘lijkt’ maar ‘is’, blijkt het standpunt van Mohammed Benzakour tegen bemoeienis van Marokko bij het kiezen door de NEDERLANDSE Marokkanen van namen voor hun (hier geboren) kroost.

    In het artikel wordt dus ten onrechte de indruk overeind gehouden dat het behalve een puur Nederlandse ook tevens een Marokkaanse aangelegenheid zou zijn en vooral ook zou moeten blijven. Om nog maar te zwijgen van het misselijkmakende plaatje dat er is bijgevoegd.

    Het van zuurheid doordesemde gelaat van de vrouw die het kind (de fles met Hollandse?) melk geeft, spreekt boekdelen hoe door de cultuurrelativisten tegen de eigen traditie wordt aangekeken. De weerzin die tot uitdrukking wordt gebracht kan zo mogelijke niet weerzinwekkender in beeld worden weergegeven.

    Wat is er in hemelsnaam mis met oer-Hollandse namen als Tedje, Geert, Piet-Hein, Jan- Peter, Wouter, Alexander, Beatrix, Maria, Ad, Joop, etc…? Wat kan daar nu in Allahs naam nou niet halal aan zijn? Geef die verdomde islamieten met hun rassenwaan verdomme toch eens een genadeloze harde trap onder hun achterste.

    Ik bedoel daar heb je minsten vijf keer per dag alle gelegenheid voor! Opgedonderd met die islamitische dwingeland, die steeds verder het oer-Hollandse klimaat met zijn etnocentrisch fascisme bezoedelt, verziekt en infiltreert.

    In naam van de Staat der Nederlanden: dient het standpunt niet gewoon te zijn, wie in dit land geboren wordt valt per definitie onder het Nederlandse staatsrecht? En zo ja, welk recht heeft om het even welk ander land dan nog, om t.a.v. het hier gehanteerde namen- en geboorteregister dwingend iets in de melk te brokkelen te willen hebben?

    Wat zijn dit voor een dhimmipraktijken die hier aan de fa’kul’teiten van rechtssociologie worden onderwezen? Dat elk land er zo zijn eigen regels op nahoudt – welke naam aan pasgeborenen wel of juist niet mogen worden gegeven – tot daar aan toe. Maar wat heeft die praktijk met grensoverschrijdende bemoeienissen van doen? En hoezo staan wij andere landen toe hier hun eigen stempel op te drukken? En hoe anders vallen zulke bemoeienissen te rechtvaardigen dan juist door de eerder genoemde dhimmipraktijken.

    En waar blijven de reacties van de Ministers van Binnenlandse Zaken en Integratie, beiden PvdA? Of beraden die zich al op een aanstaande naamsverandering en worden het dan Fatima van der Horst en Mohammed van der Laan? Hoe ver kan de PvdA en consorten nog gaan in hun moslimofiele behaagziekte…

  2. [Mohammed Benzakour' Zijn standpunt lijkt te zijn dat de overheid – de Marokkaanse en de Nederlandse – zich nergens mee moet bemoeien."]

    Mohammed Benzakour zijn standpunt komt misschien wel omdat hij van berberse komaf is en is het niet zo dat er bepaalde berberse namen verboden zijn in Marokko?

  3. @Margaretha
    Klopt, zie http://weblogs3.nrc.nl/expertdiscussies/namenlijst-marokko-discrimineert-berbers/
    Geloof maar echt niet dat die Benzakour zijn kind bijvoorbeeld Johannes of (erger) (A)dolf zou willen noemen. T@je misschien wel. Neen, het gaat hem uiteraard om het verbod van typische Berberse namen, zeg maar van ikonen uit de tijd dat de Berbers meer in de melk te brokkelen hadden dan nu. Groot gelijk heeft ie op dit punt. Die ‘bijdrage’ van die Fouad et al is natuurlijk volkomen belachelijk, de NRC waardig. k-krant.
    Over melk gesproken, wat een debiel plaatje is dat, sinds wanneer zijn pasgeborenen al aan de fles? En dan dat hoofddoekje voor die boreling, hihi.

  4. Hoewel ik het artikel in het NRC niet meer waarde toedicht dan het snel even diagonaal door te glijden, zie ik wel dat de schrijvers de kapitale fout maken Duitse ingezetenen met de Duitse nationaliteit te vergelijken met Marokkanen die de Marokkaanse nationaliteit bezitten, maar tegelijk ook de Nederlandse, en dus voor alle emolumenten die gelden voor het Nederlanderschap in aanmerking komen.
    Een citaat: “Elke overheid bemoeit zich met de voornamen van haar onderdanen. Ook de Nederlandse.”
    Kijk, hier ligt nu precies waar onze politici zich druk over zouden moeten maken: een vreemde mogendheid bemoeit zich met onze onderdanen. De Marokkaanse overheid dus met Nederlanders. Over een Duitser die Nederlander is geworden komt de Duitse overheid dus niet zeuren, en al helemaal niet eisen dat die ook Duitser moet blijven. Maar linkse en islamitische mensen kunnen niet zonder manke vergelijkingen.

  5. @Filantroop, Jij zegt precies wat ook ik bedoel te zeggen. Natuurlijk laat ik die gifbeker ook aan mij voorbijgaan en ontlokt het mij hoogstens een zoveelste blik van diep misachten.

    Maar onderschat toch vooral niet hoe deze dagelijkse injectie met dat ene minuscule kleine druppeltje gif ten behoeve van Neerlands zelf-islamisering, op den duur onherstelbare schade zal aanrichten binnen en aan het Corpus Neerlandica. Bedenk toch de etymologische misgeboorten die deze van linkse zelfhaat bezwangerde verkrachtingsscènes op termijn – t.a.v. de groeiende meulenbeltcultuur bij ‘onze’ islamitische inboorlingen wel te verstaan – onvermijdelijk tot gevolg zullen hebben.

  6. “…in Duitsland mag ‘Judas’ niet…”

    Dat is volgens mij aperte onzin, in de dom van Aken is er zelfs een gedenkteken gewijd aan de Heilige Sint Judas, waarbij je voor weet ik niet welke zaken allemaal, gewoon een kaarsje kunt opsteken.

  7. “’Over een Duitser die Nederlander is geworden komt de Duitse overheid dus niet zeuren, en al helemaal niet eisen dat die ook Duitser moet blijven. Maar linkse en islamitische mensen kunnen niet zonder manke vergelijkingen.”

    @Filantroop,

    Zoals gebruikelijk ontleed je weer haarscherp met je politieke pincet de drogredeneringen waarop socio-scribenten als de auteurs van dit flutartikel bijna het patent hebben.

    Nu moet ik zeggen, dat hen weinig anders rest om voor deze opzichtige, onacceptabele (Marokkaanse) overheidsbemoeienis in de burgerzaken van Nederland begripvol te (kunnen) benaderen. Dus grijpt men naar goed links gebruik naar het wapen van de ‘nuancerende vergoedelijking’.
    Men neme een Islamapolegetische vergelijking die ogenschijnlijk redelijk en onderbouwd klinkt, maar in werkelijkheid op valse premissen berust.
    Zo hebben wij zoals je correct opmerkte, geen enkele last van bemoeizuchtige Europese overheden die hier wonende landgenoten dictaten t.a.v. naamgeving etc. opdringen. Alleen van Nederlandse Marokkanen wordt geëist dat zij hun pasgeboren zoon/dochter bepaalde namen geeft (en andere niet). Presentje van hun overzeese vorstenhuis, dat gaarne de band met Marokkaanse immigranten innig onderhoudt.
    Tegen deze verregaande inmenging in onze aangelegenheden komen niet-Berberse Marokkaanse Nederlanders in opstand, iets wat de schrijvers nergens in hun artikel vermelden. Standaard-gevalletje roomser dan de paus, of iets toepasselijker islamitischer dan een moslim (willen) wezen.

    Zonde van het al het papier dat dit flutartikel heeft gekost, had alleen daarom al achterwege mogen blijven. (ik denk ook wel eens aan het milieu)

  8. Als je je kinderen geen Piet of Klaas of iets dergelijks noemt in Nederland, dan ontneem je ze de kans te slagen als inwoner van dit land. Als je de waarde van het land waar je woont (en vaak ook geboren bent) zo laag acht dat je je kind een naam uit het land van je grootouders wilt geven, dan moet je hier gewoon niet wezen. Moeilijker is het gelukkig allemaal niet.

    En natuurlijk mag je je kind noemen zoals je wilt, maar dan graag ook de consequenties nemen, en die gaan verder dan alleen het iemand opzadelen met een moeilijke of als agressief ervaren naam.

    Toen ik in een buitenland woonde, gaven de daar wonende Nederlanders (en die waren er maar voor een paar jaar) hun daar geboren kinderen namen die zowel Nederlands waren als aangaven waar de kinderen geboren waren, en zo hadden we opeens Jan Istvan en Systske Zora’s. Het hoeft natuurlijk niet, maar het geeft wel blijk van besef van waar je bent en van welke sameleving je deel wenst uit te maken.

    Kinderen alleen namen uit het land van herkomst en niet die uit het land van toekomst geven, daarmee schep je vijandigheid bij de gastsamenleving. Niet bij jezelf, want die vijandigheid hoeft niet meer geschapen, die is er al.

    Treurig? Ja, dat kan je wel zeggen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>