Couperus
Bron: Telegraaf
Om de belastingbetaler duidelijk te maken waar zijn geld blijft, zou elke organisatie die subsidie krijgt eigenlijk een bord aan de gevel moeten hebben: ‘Deze instelling ontvangt voor 2008 een gemeenschapssubsidie van 5 miljoen euro’. Ik noem maar een steunbedragje.
Inzichtelijkheid, ben ik vóór. Zo ben ik ook voorstander van duidelijke voorwaarden aan overheidshulp. Pak ‘m beet 20.000 bezoekers, anders vervalt de subsidie bij de volgende ronde, als cultuurwethouder Klijnsma weer gaat strooien met ons geld. Geen publieksgeld voor publiekstrekkers die geen publiek trekken. Bij gebrek aan belangstelling valt het doek. Eenvoudig, toch? Was het maar zo simpel!
Sommige dingen zijn niet te meten. Hoe stel je de interesse vast voor het carillonspel in de Haagse toren? Ik kom erop doordat de subsidieaanvraag van het Couperus Museum, dat twee ton per jaar wil hebben van ons belastinggeld, is afgewezen door de commissie-Verploeg, adviesclubje van zelfbenoemde kunstkenners. Het museumpje, een kamer en suite aan de Javastraat, trekt 2000 bezoekers per jaar. Honderd euro voor iedereen die daar over de drempel stapt, willen ze van ons. Zijn die lui dol geworden?
Tuurlijk zijn er plannen om meer bezoekers binnen te halen, scholen tikken lekker aan. Maar éérst subsidie. Hoezo? Het Residentieorkest vangt vele miljoenen, maar toch blijft de zaal goeddeels leeg. Danstheater idem. In het Haags Historisch Museum zie ik nooit iemand. Prestigieuze putten, maar bodemloos. Het Huis van de Democratie, zitten we echt op te wachten, heeft al een subsidie te pakken van 75.000 euro per jaar, terwijl het nog geopend moet worden. Door politici onderling geregeld. Kunnen ze lekker blijven liegen dat de Ieren niet deugen, terwijl die eigenlijk voor héél Europa spraken.
Vierhonderdduizend euro voor die rotzooi op het Voorhout. Beelden, noemen ze dat. Kunsttroep. Geen dubbeltje voor het Couperus Museum. Dat stoffige boeltje wordt aan de gang gehouden door een mecenas uit Monaco! Voor de subsidiegevers niet “vernieuwend” genoeg. Vergeet die aankoop van het Couperus-woonhuis maar. Onze grootste schrijver? Weet Klijnsma veel! Zo Den Haag iets wás, was het de stad van Couperus.
Die prutsers op het Spui trekken liever de knip voor een zoeloefestival in Transvaal. Citymarketing. Peperdure logootjes. Bloedgeld voor nabestaanden, vanwege een homofobe ambulancebroeder. Ons geld. Den Haag, stad van platteriken. Tientallen miljoenen voor dat ADO-gebroed, terwijl we ons cultureel erfgoed verwaarlozen, onze invaliden laten barsten, oude mensen verkommeren en mooie dingen aan onze neus voorbijgaan.
Geplaatst door Lucida

juni 20, 2008 at 06:06
Het lijkt mij een frisse aanpak!